Geef een zoekterm in en druk op “enter”.

Vernietiging van de beslissing over de zaak van de wegen: heeft de gemeenteraad nog een kans?

  • Bestuurs- en Omgevingsrecht

De vernietiging van de beslissing over de zaak van de wegen leidt volgens de bewoordingen van het decreet tot een weigering van de vergunning. Of kan de gemeenteraad dit nog rechtzetten?

 

Voor de realisatie van bepaalde projecten kan de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg nodig zijn. Het typevoorbeeld is een verkaveling met wegeniswerken. Hierbij moet de initiatiefnemer dan een nieuwe weg aanleggen om de gecreëerde bouwloten te ontsluiten. De oprichting van een gebouw kan bijvoorbeeld voorzien worden op een weg die in onbruik geraakt is, wat een opheffing van het wegtracé vereist. In dergelijke gevallen kan het bevoegde bestuur enkel en alleen een omgevingsvergunning afleveren mits voorafgaande goedkeuring door de gemeenteraad. Dit is de zogeheten beslissing over de ‘zaak van de wegen’.

Tegen die gemeenteraadsbeslissing staat beroep open bij de Vlaamse regering. Wanneer de gemeenteraad het wegenisdossier afkeurt, moet het schepencollege de vergunningsaanvraag weigeren. De aanvrager kan dan een beroep indienen tegen de gemeenteraadsbeslissing bij de Vlaamse regering. Gelijktijdig zal hij ook een beroep moeten indienen bij de deputatie tegen de weigering van de vergunningsaanvraag. Omgekeerd kan een omwonende, die tegen het project gekant is, een beroep bij de Vlaamse regering tegen een goedkeuring over het wegenisdossier.

De bedoeling van deze regeling was dat de gemeenteraad een eventuele onwettige beslissing in de loop van de beroepsfase van de vergunningsprocedure zou kunnen rechtzetten. Echter, luidens het artikel 66, §6, tweede lid van het Omgevingsvergunningsdecreet, wordt de omgevingsvergunning in beroep geweigerd … als de Vlaamse Regering de beslissing heeft vernietigd. Volgens de letterlijke bewoordingen van het decreet zou een vernietiging van de gemeenteraadsbeslissing automatisch de weigering van de vergunningsaanvraag tot gevolg hebben. Dit strookt niet met de bedoelingen van de regelgever.

De raad voor vergunningsbetwistingen heeft omwille van de onduidelijkheid in de regelgeving een prejudiciële vraag gesteld aan het grondwettelijk hof. In zijn arrest nr. 9/2024 overweegt het hof dat een letterlijke interpretatie van het artikel 66 niet verenigbaar is met de Grondwet. De gemeenteraad heeft bijgevolg wel de kans om een nieuwe beslissing te nemen na een vernietiging door de Vlaamse regering.

In de andere interpretatie zou de regelgeving niet leiden tot de beoogde vereenvoudiging van de procedures en administratieve lastenverlaging, nu zij tot gevolg heeft dat er een nieuwe omgevingsvergunningsaanvraag zou moeten worden ingediend. Het artikel 66 zou evenmin zorgen voor een volledige, rechtszekere en efficiënte rechtsbescherming. Dit zou immers impliceren dat de aanvrager van een omgevingsvergunning niet alleen een beslissing over de ‘zaak van de wegen’, maar ook een beslissing over zijn omgevingsvergunningsaanvraag wordt ontzegd. Bovendien zou dit niet stroken met de autonomie van de gemeenteraad om beslissingen te nemen over de zaak van de wegen.

De gemeenteraad krijgt bijgevolg een tweede kans om na vernietiging door de Vlaamse regeringen de beslissing over de ‘zaak van de wegen’ te heroverwegen.